De uilenmaand mei 2021

In mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griel, die leggen in de meimaand niet. Een bekend gezegde maar de bedenker was vast geen vogelaar. In ons werkterrein waren in april al nestjes bosuilen uitgevlogen. Begin mei zijn we weer volop begonnen met de eerste controle van de steenuilkasten. De eerste resultaten lijken niet ongunstig. Hoewel alle gegevens van de eerste controle nog niet binnen zijn, lijkt het erop dat het aantal bezette kasten iets hoger is dan in voorgaande jaren.
Van 71 in de kasten aangetroffen geringde broedvogels konden de ringen afgelezen worden en 22 ongeringde broedvogels kregen een ring. Het overgrote deel van deze vogels waren broedende vrouwtjes. Er is geen verschil te zien tussen man en vrouw steenuil maar alleen in de broedtijd kun je ze onderscheiden. Broedende vrouwtjes hebben dan een kale buik, dit is een hormoon gestuurd proces. Zou de buik wel met donsveren bedekt zijn dan is warmteoverdracht van de lichaamstemperatuur naar de eieren door isolatie van het dons niet mogelijk. Bij mannen blijft de buik wel bedekt.

Lang niet alle broedsels zijn succesvol. Gemiddeld mislukt 1 op de 4 broedsels. De oorzaken zijn zeer divers. Verkeer, marters, eekhoorns, ratten, verdrinking, tuinnetten. Zelfs wespen, hoornaars en bijenzwermen kunnen de oorzaak zijn. Dit wordt ook wel eens gedacht van spreeuwen die een nastkast als broedplaats hebben uitgezocht. Maar steenuilen zijn spreeuwen verre de baas. Alleen de niet bezette kasten worden door spreeuwen graag als nestlocatie gebruikt.
Zolang de jonge steenuilen zichzelf nog niet warm kunnen houden (in donskleed) blijft het vrouwtje in de kast, verwarmt de jongen en verdeelt de door het mannetje aangebrachte prooien in kleine hapklare brokjes. Als de eieren op uitkomen staan piepen de jongen al in het ei. Een teken voor de man om extra voedsel aan te voeren, niet alleen voor de kuikens maar ook voor het vrouwtje. Sommige doen dat dan ook met verve. We treffen in die periode soms kasten aan met meer dan twintig muizen en bij de volgende controle is daar niets meer van terug te vinden.

Als de jongen in de veren komen en zichzelf kunnen warm houden gaat het vrouwtje ook weer op jacht. Als in een vroeg stadium, (de jongen zijn dan nog in donskleed), het vrouwtje verongelukt, is de overlevingskans van de jongen erg klein, ondanks het feit dat het mannetje overvloedig prooi aanbrengt. Mannetjes missen het vermogen om de prooien voor de jongen in kleine stukjes te verkleinen (kearls sund in ’t (hushouwen) hoeshoul’n niks weerd). Zijn de jongen iets groter en zijn er volop meikevers zoals dit jaar, dan wil het nog wel eens goed aflopen.
Wat de broedsels betreft, er waren nogal wat legsels met 4 en 5 eieren. Er zijn jaren dat het minder is. Er waren er twee met 6 eieren en zelfs één met 8 eieren maar dat was wel een bijzonder geval. In de kast zaten 2 vrouwtjes maar van een man was niets te ontdekken. Bij een volgende controle was er nog een vrouwtje op 8 eieren en bij de eindcontrole 7 koude verlaten eieren. Op 19 mei konden we de eerste nestjongen ringen. Kijken we naar de leeftijd van de gecontroleerde ouderlijke vogels, dan blijken daar toch een aantal bij te zitten die nog geen jaar oud waren (steenuilen kunnen met 9 maanden vruchtbaar zijn en met succes een nest jongen grootbrengen). De gemiddelde leeftijd van steenuilen is ruim 3 jaar, maar we hadden er ook steenuilen bij zitten van 4, 5, 6 en 7 jaar. Het leeuwendeel van de uitgevlogen steenuilen settelt zich zo’n 5 tot 10 km van de geboorte plaats. Een enkeling gaat verder. Zo hadden we in onze kasten een vogel uit Ermelo, Staphorst en Wapenveld. Dit zijn uitzonderingen maar voldoende voor de nodige bloedverversing.
Wat de bosuilen betreft, we konden deze maand nog 2 nestjes ringen. Dat viel wat tegen maar bosuilen zijn er altijd vroeg bij. Een aantal kasten die normaal elk jaar bezet zijn bleven leeg, o.a. door boswerkzaamheden. Met bosuilen is het altijd een beetje oppassen als de jongen op het punt van uitvliegen staan. De ouders verdedigen hun jongen fanatiek en in de schemer moet je niet onder de kast doorlopen want het komt wel eens voor dat een van de ouders een aanval op de verstoorder doet. Ze vliegen geluidloos en komen altijd van achteren. Ook honden en katten zijn dan aan de beurt maar zo gauw de jongen uitgevlogen zijn verspreiden ze zich en is het probleem voorbij.
Hoe de kerkuilen het dit jaar doen is nog een vraag. Er zijn er nogal wat gesneuveld afgelopen winter(tje) en hoe dat in het broedseizoen uitpakt weten we nog niet. Op veel plaatsen kunnen we zien (mest en braakballen) dat er nog wel uilen aanwezig zijn maar of dit singles of broedparen zijn, zal in de loop ven het broedseizoen (juni) moeten blijken.
Torenvalken doen het dit jaar goed en het bestand neemt nog toe. In ons controle gebied hebben we 12 broedgevallen kunnen tellen, een mooie vooruitgang vergeleken met vorig jaar. Twee van de dit voorjaar opgehangen kasten werden direkt bezet. Inmiddels hebben we reeds 2 nestjes met al vrij grote jongen kunnen ringen
Een niet alledaags gebeuren betrof het ringen van een nestje slechtvalken op de omloop van de 22e verdieping van de T.V. toren in Markelo. Dit valt niet binnen ons gebied maar er waren op dat moment geen bevoegde ringers voorhanden. In de nestkast aan de buitenomloop van de toren zaten 3 grote jongen, t. w. 2 mannetjes en 1 vrouwtje. Dat is te zien aan de grootte en het gewicht. Het vrouwtje woog ruim 900 gram en de beide mannetjes 600 gram. Ook de vleugellengte verschilde nogal. Voor de mannen was dat globaal 180 mm. en voor de vrouw 215 mm. Die verschillen blijven, de mannen krijgen dan ook een kleinere ring dan de vrouw. Al met al een hele gebeurtenis, alleen al het uitzicht was fantastisch (zie ook het verslag hieronder).
Aan het eind van het broedseizoen maken we een overzicht van de teruggemelde en gecontroleerde vogels en dat zijn er nogal wat.


Slechtvalken ringen

De Markelose slechtvalken in 2020 en 2021

Sinds een paar jaar mag ik met Jan Meijerink de Markelose toren op om de kast te controleren op een legsel van de slechtvalken. Vorig jaar moesten we het i.v.m. corona voorbij laten gaan. Wel hebben we vanaf de grond regelmatig de nestkast geobserveerd. De eerste paar keren zagen we wel een valk vliegen echter een paartje kauwen brachten vele takken in de kast. Op een gegeven moment zagen we toch valken de kast in en uit komen dus goede hoop. Naarmate het seizoen vorderde merkten we dat er ten minste twee juveniele valken in de kast zaten die we later ook op het rooster en rondom de kast vliegoefeningen zagen doen. We konden vaststellen dat er in 2020 een succesvol broedsel is geweest.


Gelukkig konden we dit voorjaar, met het in acht nemen van de corona maatregelen, de kast weer controleren. We hadden de kast eind 2020 niet schoon kunnen maken om dezelfde reden en dachten misschien een hoop takken aan te treffen omdat we regelmatig de kauwen hadden gezien die takken in de kast brachten. 
Peter van den Akker ging met ons mee, hij gaat Jan opvolgen. Hiervoor zal hij een VCA-cursus volgen, het certificaat welke je daarvoor behaald is 10 jaar geldig. Dit heeft voor Jan, gezien zijn leeftijd geen zin meer. Peter volgt de ringersopleiding via het NIOO Vogeltrekstation en loopt zijn stage bij Henrie Bouwmeester. Zelf ben ik ook bezig met de ringersopleiding en loop stage bij Ben Nijeboer. Ik zal Peter blijven assisteren en Jan is aanwezig als dat nodig is.
6 april was de eerste controle. We waren benieuwd wat we aan zouden treffen. Welnu, een mooie schone kast met vier prachtige bruin gespikkelde eieren. De valken hadden blijkbaar de kast zelf opgeschoond. Helaas hebben we geen ringgegevens van de adulte valken kunnen achterhalen dus we weten niet of dit dezelfde valken als vorig jaar of voorgaande jaren zijn.
7 Mei was onze tweede controle. We troffen drie jonge slechtvalken in de kast aan. De adulte vrouw vloog rond de toren en hield ons nauwlettend in de gaten. De jonge valken waren in goede conditie en ongeveer een week oud.
20 mei gingen we opnieuw naar de toren, dit keer om de jonge valken te ringen. Samen met Ben Nijeboer, Jan en Peter gingen we de hoge toren op. De valken waren flink gegroeid en hadden een goede conditie.


Tijdens het weeg- en meetmoment konden we zien dat er één vrouwtje en twee mannetjes waren. Het vrouwtje bij de slechtvalk is groter en weegt meer. Deze was inderdaad rond de 900 gram terwijl beide broertjes kleiner waren en ruim 600 gram wogen. Jan noteerde de gegevens, Peter en ik konden onder het toeziend oog van Ben de vogels ringen, waarna we ze zorgvuldig in de kast terugplaatsten.
Regelmatig kijken we nu vanaf beneden met onze verrekijker om de valken te volgen. Ze lopen ondertussen uit de kast op het “bordes”. Ze oefenen hun vliegspieren en binnenkort zullen ze het luchtruim kiezen.
Het is en blijft fascinerend deze snelste vogel op aarde in de hand gehad te hebben en ze hopelijk te volgen in hun verdere leven.

Ineke Tijhaar- Kerkhoff


De uilenmaand april 2021

Het wil met het voorjaar nog niet erg lukken. De gemiddelde temperatuur lag dan ook 3.2 graden beneden het gemiddelde van maart. Veel nachtvorsten en op de vliegbasis Twente werd zelfs een nacht met -7 graden gemeld. Hagel en sneeuwbuien, soms met onweer kwamen meerdere malen voort. De vele gezegden over het weer in deze maand getuigen dat het vroeger ook niet altijd zonneschijn was. Maart roert zijn staart. Een inhoudende meert is gold weerd. En, onweer in het kale hout geeft een voorjaar schraal en koud. Dus ‘s avonds het kacheltje in de kas maar weer aan om de plantjes dooi te houden. Wat de uilen betreft, de eerste bosuilkuikens waren groot genoeg om te ringen. Met vleugellengtes van 80 tot 143 mm. waren ze volgens de tabellen 15 tot 24 dagen oud. Met een broedduur van 30 dagen is de eileg tussen 9 en 16 maart begonnen. We hebben tot nu toe in ons werkgebied 16 jonge bosuilen kunnen ringen. De broedsels van Bosuilen zijn altijd veel kleiner in vergelijkig met kerkuilen. Dit jaar hadden we respectievelijk 3 nestjes met 2 jongen, 2 nestjes met 3 jongen en 1 nest met 4 jongen. Elk jaar hoor je wel berichten van al uitgevogen jongen. Onder zeer gunstige omstandigheden (vooral veel voer) begint een enkele bosuil al in januari met de eileg. Helaas was de kast met het grootste legsel, 3 kleine pas uitgekomen jongen en nog 2 eieren, bij de volgende controle gepredeerd. Dat kan haast niet anders dan het werk van een steen-of boommarter zijn geweest. Eekhoorns zijn wat dat betreft ook geen lieverdjes, maar staan wel op de speiskaart van de bosuilen en krijgen dan ook zelden een kans. In 2 kasten lagen nog eieren, dat wordt dus half mei nogmaals controleren en de jongen ringen. De volgende maand zijn de steenuilkasten aan de beurt om gecontroleerd te worden. Wat we zo van de kasteigenaren horen, zien en horen ze regelmatig de uilen en ziet het er dan ook gunstig uit.

Terugmeldingen:

STEENUIL. Als nestjong geringd op 1-6-2017. Klokkendijk, Notter.
Terugmelding: 27-4-2021. Blokdijk, Notter.
Commentaar:
* broedend in nestkast op 5 eieren.
* afstand to ringplaats: 1.8 km.
* verstreken tijd: 3 jaar, 10 mnd. en 26 dg.

STEENUIL. Als nestjong geringd op 8-6-2020. Kloosterhoekweg, Wierden.
Terugmelding: 27-4-2021. Klokkendijk, Notter.
Commentaar:
* broedend in nestkast op 5 eieren.
* afstand tot ringplaats: 3.2 km.
* verstreken tijd: 10 mnd. en 19 dg.

STEENUIL. Als nestjong geringd op 11-6-2013. Van Krechtenweg, Notter.
Terugmelding: 27-4-2021. Blokdijk, Notter.
Commentaar.
* broedend in nestkast op 5 eieren.
* afstand tot ringplaats: 1. 4. km.
* verstreken tijd: 7 jr. 10 mnd. en 16 dagen. (voor een steenuil een respectabele leeftijd, gemiddeld ligt dit op 3 tot 3.5 jaar).

STEENUIL. Als nestjong geringd op 8-6-2020. Kloosterhoekweg, Wierden.
Terugmelding: 27-4-2021. Klokkendijk, Notter.
Commentaar:
* broedend in nestkast op 5 eieren.
* afstand tot ringplaats: 5. 2. km.
* verstreken tijd: 10 mnd. en 19 dg.

STEENUIL. Als nestjong geringd op 20-6-2018. Brummelarsweg, Markelo.
Terugmelding: 27-4-21. Stegeboersweg, Wierden.
Commentaar:
* broedend in nestkast op 5 eieren.
* afstand tot ringplaats: 15. 2. km.
* verstreken tijd: 2 jr. 10 mnd. en 6 dg.

STEENUIL. Als nestjong geringd op 26-6-2016. Kloosterhoekweg, Wierden.
Terugmelding: 27-4-2021. Klokkendijk, Notter.
Commentaar.
* in nestkast broedend op 5 eieren.
* afstand tot rinplaats: 3.4 km.
* verstreken tijd: 4 jr. 11 mnd. en 1 dg.

KERKUIL. Als nestjong geringd op 3-6-19. Veltkampsweg, Hoge Hexel.
Terugmelding: 24-4-21. Kathuizerweg, Hellendoorn.
Commentaar:
* dood gevonden langer dan een week.
* afstand tot ringplaats: 10.5 km.
* verstreken tijd: 1 jr. 10 mnd. en 21 dg.

KERKUIL. Als nestjong geringd op 22-5-2014. Veltkampsweg, Hoge Hexel.
Terugmelding: 21-4-2021. Bolderpad, Nijverdal.
Commentaar:
* treinslachtoffer.
* afstand tot ringplaats: 4.4 km.
* verstreken tijd: 6 jr. 10 mnd. en 30 dg.

 

De uilenmaand maart 2021

Het voorjaar moet er aankomen maar erg vlot gaat dat niet. Zowel de dag- als de nachttemperaturen bleven onder de maat. Om mien grootvaa maar weer eens te citeren: "Een inhoudende meert is gold weerd". Maar als buitenmens zie en hoor je steeds meer voorjaarboden. Het eerste kievitsei, 19 maart. Een zingende Tjitjaf in de tuin op 20 maart. Witte kwikstaart op het gazon, 22 maart. Zwarte roodstaart op het dak van de schuur op 30 maart en de merel in onze heg, al met halfwas jongen. Bosanemoon en Daslook in bloei op 25 maart. Je krijgt er weer zin in en we zijn dan ook aan het eind van deze maand met het controleren van de bosuilen kasten begonnen. De bosuilen in ons controle gebied moeten zo ongeveer begin februari met de leg zijn begonnen. Bosuilen leggen doorgaans om de dag een ei maar in een koude periode kunnen ze ook wel enkele dagen overslaan. Bosuilen beginnen net als kerkuilen vanaf het eerste ei te broeden. Dat houdt in dat de kuikens niet gelijk uitkomen. Bij het ringen van de jongen zien we dan ook behoorlijke verschillen in grootte. Aan de hand van de vleugelmaten is de leeftijd goed te bepalen. De leeftijdsverschillen van de nestgenoten kunnen wel tot een week oplopen. Op 31 maart, de laatste dag van de maand hebben we de eerste serie bosuilkasten gecontroleerd met wat tegenvallend resultaat. Van de 7 gecontroleerde kasten waren er maar 3 bezet, terwijl we op 5 gerekend hadden. Waarschijnlijk zijn de boswerkzaamheden in de directe omgeving van deze kasten daar de oorzaak van. In de 3 bezette kasten troffen we respectievelijk 1 kast met 4 enkele dagen oude jongen aan, 1 kast met 2 net uitgekomen jongen en de 3e kast met 2 eieren en 3 net uitgekomen jongen. Van 2 vrouwtjes konden we de ringnummers noteren. Ze waren in 2019 en 2014 in dezelfde kast als broedvogel geringd.

Terugmeldingen:.

Kerkuil. Als nestjong op 25-5-2019 geringd. Hexelseweg, Hoge Hexel
Terugmelding: 24-3-2021. Wapenveld
Commentaar:
* verkeersslachtoffer, dood langer dan een week.
* afstand tot rinplaats: 41.3 km.
* verstreken tijd: 1 jr. 9 mnd. en 27 dgn.

Steenuil. Als nestjong gering op 13-6-2019. Hof van Twente, Markelo.
Terugmelding: 11-6-2003. Hooiland, Klarenbeek.
Commentaar:
* broedend in nestkast.
* afstand tot ringplaats: 33.1 km.
* verstreken tijd: 3 jr. 11 mnd. en 29 dgn.

Kerkuil. Als nestjong geringd op 5-6-2019. Mengersteeg, Laren.
Terugmelding: 6-3-2021. Nijverdalseweg, Wierden.
Commentaar:
* dood gevonden, vorst- en sneeuwslachtoffer.
* afstand tot ringplaats: 24.4 km.
* verstreken tijd: 1 jr. 9 mnd. en 1 dg.

 

De uilenmaand februari 2021

Februari was dit jaar weerkundig gezien een maand van extremen, alle bestaande weerrecords werden gebroken. Extremen van 16 graden min tot 19 graden plus. Om mien grutva er maar weer eens bij te halen, "Als de dagen beginnen te lengen, begint de winter te strengen”. Dat klopt deze maand dus maar voor 50 %. Helaas, was de korte maar strenge winterperiode met een pak sneeuw funest voor de kerkuilen. De kerkuil, een Ethiopisch Fauna, komt van oorsprong dus uit een veel warmer klimaat. Dat heeft als nadeel dat ze geen vetreserves kunnen opbouwen, wat in hun oorsprongkelijjk gebied ook niet nodig is. In Europa is de oostzee dan ook ongeveer hun noordelijkste begrenzing, daarboven zijn de winters te streng voor deze soort om te kunnen overleven. Strenge winters met sneeuw zijn dan ook funest voor de kerkuil en dat was helaas ook voor deze maand het geval. Er zijn er dan ook heel veel dood gevonden. Een preperateur die ik sprak zei dan ook "Ik heb de hele diepvries vol liggen en minstens voor een jaar werk. Zoals verwacht werden er dan ook enkele door ons geringde kerkuilen als vorstslachtoffer terug gemeld. De steenuilen en bosuilen brachten het er wat beter van af en er werden er maar enkele terug gemeld. Hoewel te laat voor het komend broedseizoen hebben we nog 3 steenuilkasten opgehangen.

Terugmeldingen:

Kerkuil. Als nestjong geringd op 21-7-2020. Schuilenbergerweg, Hellendoorn.
Terugmelding: 21-2-2021. Hexelseweg, Wierden.
Commentaar:
* dood gevonden, vorstslachtoffer, dood korter dan een week.
* afstand tot ringplaats: 5.9 km.
* verstreken tijd: 1 jr. 8 mnd. en 21 dgn.

Kerkuil. Als nestjong geringd op 16-6-2020. in nest van 7 jongen, Langevoortsweg in Enter.
Terugmelding: 17-2-2021. Smeijersdijk, Notter.
Commentaar:
* dood, korter dan een week. Verhongerd, lag dood in een leilinde.
* afstand tot ringplaats: 8.8 km.
* verstreken tijd: 8 mnd. en 5 dgn.

Kerkuil. Als nestjong geringd op 22-5-2019. Grimbergerweg Notter.
Terugmelding: 14-2-2021. Butersdijk, Lettele.
Commentaar:
* dood, korter dan een week. Verzwakt aangetroffen en kort daarna gestorven.
* afstand tot rinplaats: 18.4 km.
* verstreken tijd: 1 jr. 8 mnd. en 23 dgn.

Torenvalk. Als nestjong geringd op 23-5-2017. 2e Lage Veldsweg Wierden. Nest van 5 jongen in een oude melkbus hoog in een perenboom. Een broedplaats hoeft dus niet altijd een nestkast met voorgescheven maten te zijn.
Terugmelding: 24-2-2021. De Kijksteeg, Lochem.
Commentaar:
* doodgevonden in een kapschuur.
* afstand tot ringplaats: 28.5 km.
* verstreken tijd: 3 jr. 9 mnd. en 1 dg.

Steenuil. Als nestjong geringd op 8-6-2010. Kloosterhoekweg Wierden.
Terugmelding: 23-2-2021. van Krechtenweg, Notter.
Commentaar:
* levend gevonden, binnengevlogen in huis.
* afstand tot ringplaats: 3.3 km.
* verstreken tijd: 6 mnd. en 15 dgn.

Steenuil. Als nestjong geringd op 30-5-2019. Rijssenseweg Enter.
Terugmelding: 12-02-2021. Van Krechtenweg, Notter
Commentaar:
* alleen ring gevonden met metaaldetector, in een bos waarschijnlijk onder een roofvogelhorst.
* afstand tot ringplaats: 3.3 km.
* verstreken tijd: 8 mnd. en 15 dgn.

 

De uilenmaand januari 2021

Januari. Hartje winter volgens de kalender maar in de praktijk wil dat nog wel eens anders uitvallen. Met de koudste nacht, van -5 graden en de warmste dag van ongeveer +10 graden kun je eigenlijk niet van een winter spreken. Na 21 december - de kortste dag - beginnen de dagen weer te lengen maar pas na Drie Koningen komt er wat schot in. "Dan geet ut elken dag met hanentred voorut" zei opa altied. Het zachte weer is ook buiten in de natuur goed te merken. Elzen en hazelaars bloeien al volop en de lucht zit vol stuifmeel van deze windbloeiers. Er hangen alweer snotterbellen aan de hazelaar, zeiden we als kinderen. Slecht weer voor asma patienten. Voor de uilen tot nu toe geen slechte maand. De bosuilen en steenuilen laten zich bij deze temperaturen ‘s avonds en ‘s nachts overal horen. Overdag kun je hier en daar al een steenuil zien, die voor de kast lekker zit te zonnen. De allervroegste bosuilen kunnen aan het eind van deze maand al aan de leg zijn maar het merendeel begint hier pas eind februari mee. Af en toe krijgen we weleens te horen "Kunnen jullie die steenuil hier niet weg halen? We houden niet van dat geluid dat die beesten maken". Als uilenwerkgoep beginnen we daar dus niet aan maar proberen uit te leggen dat een steenuil op je erf iets unieks is en dat je dan trots mag zijn. Er broeden naar schatting ongeveer 8000 paar steenuilen in Nederland, waarvan 4000 in Overijssel en de Achterhoek. Als je dat omrekend naar het aantal inwoners van Nederland, kom je op 1 steenuil per 1000 Nederlanders, waarvan het gros nog nooit een uil gehoord, laat staan gezien heeft. De werkzaamheden van de werkgroep bestaan in deze tijd voornamelijk in het repareren en vervangen van kapotte kasten. Met een kastenbestand van ongeveer 400 kasten met een gemiddelde levensduur van 10 jaar valt er dus nog wel wat te doen. Ook krijgen we wel verzoeken voor het plaatsen van steenuil-, bosuil- en torenvalkkasten. Dat is in deze tijd vrij laat maar soms worden ze toch nog vrij snel bezet. Ook admistratief is er nog wel het een en ander te doen. Het controleren van het adressenbestand en herindeling van de controlegebieden zodat elke controleur ongeveer evenveel kasten te controleren heeft. We kregen deze maand (gelukkig) nauwelijks terugmeldingen van door ons geringde vogels. Het weer zal hier zeker een rol in mee spelen.

Terugmeldingen:

TORENVALK. Als nestjong geringd op 17-5-2017. Fayersheide, Vriezenveen.
Terugmelding: 14-1-2021. Breeweg, Wapenveld Gld.
Commentaar:
* vogel met ring gevonden, verder niets bekend.
* afstand tot ringplaats: 38 km.
* verstreken tijd: 3 jr, 7 mnd. en 15 dgn.

BOSUIL. Als nestjong geringd op 1-5-2007. Bergweg, Haarle.
Terugmelding: 9-1-2021. Klokkendijk, Notter
Commentaar:
* soort onbekend, alleen ring gevonden met metaaldetector.
* afstand tot ringplaats: 7.8 km.
* verstreken tijd: 13 jr, 8 mnd. en 8 dgn.